Schetsen

Horizonschets

Je tekent alleen de contouren van bijvoorbeeld voorwerpen, gebouwen en bomen die je ziet. Je tekent niet de details. Je kunt de contouren inkleuren met bijvoorbeeld een stift. De herkenbare punten, zoals bijvoorbeeld een kerktoren of een molen, geef je aan met behulp van kompasrichtingen en de geschatte afstanden.Recognoqrafische schets Bij deze schets zijn de hoofdlijnen van de omgeving belangrijk. Je tekent geen details als bomen, struiken en dakpannen, maar wel boompartijen, wegen en een ruwe schets van terrein en gebouwen. De herkenbare punten, zoals bijvoorbeeld een kerktoren of een molen, geef je aan met behulp van kompasrichtingen en de geschatte afstanden.

horizonschets


Recognoqrafische schets

Bij deze schets zijn de hoofdlijnen van de omgeving belangrijk. Je tekent geen details als bomen, struiken en dakpannen, maar wel boompartijen, wegen en een ruwe schets van terrein en gebouwen. De herkenbare punten, zoals bijvoorbeeld een kerktoren of een molen, geef je aan met behulp van kompasrichtingen en de geschatte afstanden.

recognoqrafische schets


Panoramaschets

De panoramaschets is eigenlijk een uitgewerkte Recognografische schets. Je tekent nu ook alle details, ook de eventuele dieren, mensen en voertuigen die op het moment van tekenen aanwezig zijn moeten worden getekend. De herkenbare punten, zoals bijvoorbeeld een kerktoren of een molen, geef je aan met behulp van kompasrichtingen en de geschatte afstanden. Het is eigenlijk een getekende foto.(eventueel in kleur!)

panoramaschets


Plattegrond

Op de plattegrond moet een noordpijl staan en de tekening moet op schaal te zijn. Je tekent een omgeving van bovenaf. Je tekent waar wegen, rivieren en sloten lopen en waar bos is en gebouwen staan.


Situatieschets

De situatieschets is een schets die een ander duidelijk maakt hoe je ergens heen moet komen (bijvoorbeeld je kampterrein). Bij een situatieschets hoef je geen noordpijl of op schaal te tekenen.

situatieschets


Gebouw in perspectief

Zet eerst in dunne potloodlijnen de omtrek van het gebouw op papier (1). Maak als het geheel van dunne lijnen goed lijkt, deze lijnen dikker (2). Na de hoofdlijnen worden de details ingetekend (3). Let op de verhouding! Houd rekening met het perspectief, iets dat dicht bij staat, moet groter worden getekend dan iets wat ver weg is.

gebouw in perspectief


Tips bij het schetsen

Zorg er altijd voor dat je alle gegevens op je schetsen vermeldt. Deze zet je in een keurig hokje zoals het voorbeeld hieronder. Het is natuurlijk handig om de tekenblaadjes van tevoren al te voorzien van zo’n hokje met enige gegevens vast ingevuld. Als je tijd hebt om je opdrachten uit te werken maak de schetsen dan eerst in het klad.

hokje met gegevens

Pionieren en sjorringen

Bijzondere vaardigheden